Números 31

DUTCH vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1 O Senhor disse a Moisés:
2 Neem de wraak der kinderen Israels van de Midianieten; daarna zult gij verzameld worden tot uw volken.
2 — Vingue os filhos de Israel dos midianitas. Depois disso você será reunido ao seu povo.
3 Mozes dan sprak tot het volk, zeggende: Dat zich mannen uit u ten strijde toerusten, en dat zij tegen de Midianieten zijn, om de wraak des HEEREN te doen aan de Midianieten.
3 Então Moisés falou ao povo, dizendo: — Armem alguns de vocês para a guerra, e que eles saiam contra os midianitas, para fazerem a vingança do
4 Van elken stam onder alle stammen Israels zult gij een duizend ten strijde zenden.
4 Enviem à guerra mil homens de cada tribo entre todas as tribos de Israel.
5 Alzo werden geleverd uit de duizenden van Israel, duizend van elken stam, twaalf duizend toegerusten ten strijde.
5 Assim, dos milhares de Israel foram mandados mil homens de cada tribo: doze mil ao todo, armados para a guerra.
6 En Mozes zond hen ten strijde, duizend van elken stam, hen en Pinehas, den zoon van Eleazar, den priester, ten strijde, met de heilige vaten, en de trompetten des geklanks in zijn hand.
6 Moisés mandou-os para a guerra, mil de cada tribo, juntamente com Fineias, filho do sacerdote Eleazar, o qual levava consigo os utensílios sagrados e as trombetas para o toque de ataque.
7 En zij streden tegen de Midianieten, gelijk als de HEERE Mozes geboden had, en zij doodden al wat mannelijk was.
7 Eles atacaram os midianitas, como o Senhor havia ordenado a Moisés,
8 Daartoe doodden zij boven hun verslagenen, de koningen der Midianieten, Evi, en Rekem, en Zur, en Hur, en Reba, vijf koningen der Midianieten; ook doodden zij met het zwaard Bileam, den zoon van Beor.
8 e mataram todos os homens. Mataram, além dos que já haviam sido mortos, os reis dos midianitas, Evi, Requém, Zur, Hur e Reba, cinco reis dos midianitas. Também mataram à espada Balaão, filho de Beor.
9 Maar de kinderen Israels namen de vrouwen der Midianieten, en hun kinderkens gevangen; zij roofden ook al hun beesten, en al hun vee, en al hun vermogen.
9 Porém os filhos de Israel levaram presas as mulheres dos midianitas e as suas crianças. Também levaram todos os seus animais, todo o seu gado e todos os seus bens.
10 Voorts al hun steden met hun woonplaatsen, en al hun burchten verbrandden zij met vuur.
10 Queimaram todas as cidades em que os midianitas habitavam e todos os seus acampamentos.
11 En zij namen al den roof, en al den buit, van mensen en van beesten.
11 Pegaram todo o despojo e todos os prisioneiros, tanto de pessoas como de animais.
12 Daarna brachten zij de gevangenen, en den buit, en den roof, tot Mozes en tot Eleazar, den priester, en tot de vergadering der kinderen Israels, in het leger, in de vlakke velden van Moab, dewelke zijn aan de Jordaan van Jericho.
12 Trouxeram a Moisés, ao sacerdote Eleazar e à congregação dos filhos de Israel os cativos, os prisioneiros e o despojo, para o arraial, nas campinas de Moabe, junto do Jordão, na altura de Jericó.
13 Maar Mozes en Eleazar, de priester, en alle oversten der vergadering, gingen uit hen tegemoet, tot buiten voor het leger.
13 Moisés, o sacerdote Eleazar, e todos os chefes da congregação saíram a recebê-los fora do arraial.
14 En Mozes werd grotelijks vertoornd tegen de bevelhebbers des heirs, de hoofdlieden der duizenden, en de hoofdlieden der honderden, die uit den strijd van dien oorlog kwamen.
14 Moisés se indignou contra os oficiais do exército, capitães dos milhares e capitães das centenas, que vinham do campo de batalha.
15 En Mozes zeide tot hen: Hebt gij dan alle vrouwen laten leven?
15 Moisés lhes disse: — Por que vocês deixaram viver todas as mulheres?
16 Ziet, deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen Israels, om oorzake der overtreding tegen den HEERE te geven, in de zaak van Peor; waardoor die plaag werd onder de vergadering des HEEREN.
16 Eis que estas, por conselho de Balaão, fizeram com que os filhos de Israel fossem infiéis ao Senhor , no caso de Peor, e assim houve uma praga no meio da congregação do Senhor .
17 Nu dan, doodt al wat mannelijk is onder de kinderkens; en doodt alle vrouw, die door bijligging des mans een man bekend heeft.
17 Agora, pois, matem, dentre as crianças, todas as do sexo masculino. Matem também todas as mulheres que já tiveram relações com algum homem, deitando-se com ele.
18 Doch al de kinderen van vrouwelijk geslacht, die de bijligging des mans niet bekend hebben, laat voor ulieden leven.
18 Mas todas as meninas, e as jovens que não tiveram relações com algum homem, deitando-se com ele, deixem viver para vocês.
19 En gijlieden, legert u buiten het leger zeven dagen; een ieder, die een mens gedood, en een ieder, die een verslagene zult aangeroerd hebben, zult u op den derden dag en op den zevenden dag ontzondigen, gij en uw gevangenen.
19 — Fiquem acampados durante sete dias fora do arraial. Todos os que tiverem matado alguma pessoa ou tiverem tocado em algum morto devem se purificar no terceiro dia e no sétimo dia; purifiquem a si mesmos e também aos seus prisioneiros.
20 Ook zult gij alle kleding, en alle gereedschap van vellen, en alle geiten haren werk, en gereedschap van hout, ontzondigen.
20 Purifiquem também todas as roupas, todos os objetos feitos de couro, todos os objetos feitos de pelos de cabra e todo artigo de madeira.
21 En Eleazar, de priester, zeide tot de krijgslieden, die tot dien strijd getogen waren: Dit is de inzetting der wet, die de HEERE Mozes geboden heeft.
21 Então o sacerdote Eleazar disse aos homens do exército que tinham ido à guerra: — Este é o estatuto da lei que o
22 Alleen het goud en het zilver, en het koper, het ijzer, het tin en het lood;
22 o ouro, a prata, o bronze, o ferro, o estanho e o chumbo,
23 Alle ding, dat het vuur lijdt, zult gij door het vuur laten doorgaan, dat het rein worde; evenwel zal het door het water der afzondering ontzondigd worden; maar al wat het vuur niet lijdt, zult gij door het water laten doorgaan.
23 tudo o que pode suportar o fogo vocês devem passar pelo fogo, para que fique puro; e ainda terá de ser purificado com a água purificadora. Mas tudo o que não pode suportar o fogo vocês devem passar pela água.
24 Gij zult ook uw klederen op den zevenden dag wassen, dat gij rein wordt; en daarna zult gij in het leger komen.
24 Lavem também as suas roupas no sétimo dia, para que vocês fiquem puros; e, depois, poderão entrar no arraial.
25 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
25 O Senhor disse a Moisés:
26 Neem op de som van den buit der gevangenen van mensen en van beesten; gij en Eleazar, de priester, en de hoofden van de vaderen der vergadering.
26 — Faça a contagem daquilo que foi aprisionado, tanto de pessoas como de animais, com a ajuda do sacerdote Eleazar e dos chefes das casas dos pais da congregação.
27 En deel den buit in twee helften tussen degenen, die den strijd aangegrepen hebben, die tot den strijd uitgegaan zijn, en tussen de ganse vergadering.
27 Divida aquilo que foi aprisionado em duas partes iguais, uma para os soldados que saíram à guerra, e a outra para toda a congregação.
28 Daarna zult gij een schatting voor den HEERE heffen, van de oorlogsmannen, die tot dezen krijg uitgetogen zijn, van vijfhonderd een ziel, uit de mensen en uit de runderen, en uit de ezelen, en uit de schapen.
28 Dos homens do exército que saíram a esta guerra, cobre um tributo para o Senhor : de cada quinhentas cabeças, uma, tanto dos homens como dos bois, dos jumentos e das ovelhas.
29 Van hun helft zult gij het nemen, en den priester Eleazar geven tot een heffing des HEEREN.
29 Tome esse tributo da metade que toca aos soldados e entregue-o ao sacerdote Eleazar, como oferta ao Senhor .
30 Maar van de helft der kinderen Israels zult gij een gevangene van vijftig nemen, uit de mensen, uit de runderen, uit de ezelen, en uit de schapen, uit al de beesten; en gij zult ze aan de Levieten geven, die de wacht van de tabernakel des HEEREN waarnemen.
30 Mas, da metade que toca aos filhos de Israel, de cada cinquenta, tome um, tanto dos homens como dos bois, dos jumentos e das ovelhas, de todos os animais; e entregue isso aos levitas que têm a seu encargo o serviço do tabernáculo do Senhor .
31 En Mozes, en Eleazar, de priester, deden, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
31 Moisés e o sacerdote Eleazar fizeram como o Senhor havia ordenado a Moisés.
32 De buit nu, het overschot van den roof, dat het krijgsvolk geroofd had, was zeshonderd vijf en zeventig duizend schapen;
32 O total do despojo que os homens de guerra pegaram foi de seiscentas e setenta e cinco mil ovelhas,
33 En twee en zeventig duizend runderen;
33 setenta e dois mil bois,
34 En een en zestig duizend ezelen;
34 sessenta e um mil jumentos
35 En der mensen zielen, uit de vrouwen, die geen bijligging des mans bekend hadden, alle zielen waren twee en dertig duizend.
35 e trinta e duas mil pessoas, as mulheres que ainda não haviam tido relações com homem algum, deitando-se com ele.
36 En de helft, te weten het deel dergenen, die tot dezen krijg uitgetogen waren, was in getal driehonderd zeven en dertig duizend en vijfhonderd schapen.
36 E a metade, a parte que cabe aos que saíram à guerra, foi em número de trezentas e trinta e sete mil e quinhentas ovelhas.
37 En de schatting voor den HEERE van schapen was zeshonderd vijf en zeventig.
37 O tributo em ovelhas para o Senhor foram seiscentas e setenta e cinco.
38 En de runderen waren zes en dertig duizend, en hun schatting voor den HEERE twee en zeventig.
38 E os bois foram trinta e seis mil; e o seu tributo para o Senhor , setenta e dois.
39 En de ezelen waren dertig duizend en vijfhonderd, en hun schatting voor den HEERE was een en zestig.
39 E os jumentos foram trinta mil e quinhentos; e o seu tributo para o Senhor , sessenta e um.
40 En der mensen zielen waren zestien duizend, en hun schatting voor den HEERE twee en dertig zielen.
40 As pessoas foram dezesseis mil; e o seu tributo para o Senhor , trinta e duas.
41 En Mozes gaf Eleazar, den priester, de schatting van de heffing des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
41 Então Moisés deu ao sacerdote Eleazar o tributo da oferta do Senhor , como este havia ordenado a Moisés.
42 En van de helft der kinderen Israels, welke Mozes afgedeeld had, van de mannen, die gestreden hadden;
42 Da metade que cabe aos filhos de Israel, que Moisés havia separado da parte que cabe aos homens que saíram à guerra
43 (Het halve deel nu der vergadering was, uit de schapen, driehonderd zeven en dertig duizend en vijfhonderd;
43 — a metade para a congregação foram, em ovelhas, trezentas e trinta e sete mil e quinhentas;
44 En de runderen waren zes en dertig duizend;
44 em bois, trinta e seis mil;
45 En de ezelen dertig duizend en vijfhonderd;
45 em jumentos, trinta mil e quinhentos;
46 En der mensen zielen zestien duizend;)
46 e, em pessoas, dezesseis mil —,
47 Van die helft der kinderen Israels nam Mozes een gevangene uit vijftig, van mensen en van beesten; en hij gaf ze aan de Levieten, die de wacht van den tabernakel des HEEREN waarnamen, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
47 desta metade que cabe aos filhos de Israel, Moisés tomou um de cada cinquenta, tanto de pessoas como de animais, e os deu aos levitas que tinham a seu encargo o serviço do tabernáculo do Senhor , como o Senhor havia ordenado a Moisés.
48 Toen traden tot Mozes de bevelhebbers, die over de duizenden des heirs waren, de hoofdlieden der duizenden, en de hoofdlieden der honderden;
48 Então os oficiais que estavam sobre os milhares do exército, capitães sobre mil e capitães sobre cem, foram falar com Moisés
49 En zij zeiden tot Mozes: Uw knechten hebben opgenomen de som der krijgslieden, die onder onze hand geweest zijn; en uit ons ontbreekt niet een man.
49 e lhe disseram: — Estes seus servos fizeram a conta dos homens de guerra que estiveram sob as nossas ordens, e não está faltando nenhum.
50 Daarom hebben wij een offerande des HEEREN gebracht, een ieder wat hij gekregen heeft, een gouden vat, een keten, of een armring, een vingerring, een oorring, of een afhangenden gordel, om voor onze zielen verzoening te doen voor het aangezicht des HEEREN.
50 Por isso trouxemos uma oferta ao Senhor , cada um o que achou: objetos de ouro, ornamentos para o braço, pulseiras, sinetes, brincos e colares, para fazer expiação por nós diante do Senhor .
51 Zo nam Mozes en Eleazar, de priester, van het goud, alle welgewrochte vaten.
51 Assim, Moisés e o sacerdote Eleazar receberam deles o ouro, sendo todos os objetos finamente trabalhados.
52 En al het goud der heffing, dat zij den HEERE offerden, was zestien duizend zevenhonderd en vijftig sikkelen, van de hoofdlieden der duizenden, en van de hoofdlieden der honderden.
52 Todo o ouro da oferta que os capitães de mil e os capitães de cem trouxeram ao Senhor pesou duzentos e um quilos.
53 Aangaande de krijgslieden, een iegelijk had geroofd voor zichzelven.
53 Pois cada um dos homens de guerra havia tomado despojo para si.
54 Zo nam Mozes en Eleazar, de priester, dat goud van de hoofdlieden der duizenden en der honderden, en zij brachten het in de tent der samenkomst, ter gedachtenis voor de kinderen Israels, voor het aangezicht des HEEREN.
54 Moisés e o sacerdote Eleazar receberam o ouro dos capitães de mil e dos capitães de cem e o trouxeram à tenda do encontro, como memorial para os filhos de Israel diante do Senhor .

Ler em outra tradução

Comparar com outra