Números 25

DUTCH vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 En Israel verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten.
1 Quando Israel estava em Sitim, o povo começou a prostituir-se com as filhas dos moabitas.
2 En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden.
2 Estas convidaram o povo aos sacrifícios oferecidos aos seus deuses; e o povo comeu a carne dos sacrifícios e adorou os deuses dessas mulheres.
3 Als nu Israel zich koppelde aan Baal-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel.
3 Assim, quando Israel se juntou ao culto a Baal-Peor, a ira do Senhor se acendeu contra Israel.
4 En de HEERE zeide tot Mozes: Neem alle hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israel.
4 O Senhor disse a Moisés: — Reúna todos os chefes do povo e enforque-os diante do
5 Toen zeide Mozes tot de rechters van Israel: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baal-Peor gekoppeld hebben!
5 Então Moisés disse aos juízes de Israel: — Cada um mate os homens da sua tribo que se juntaram a Baal-Peor.
6 En ziet, een man uit de kinderen Israels kwam, en bracht een Midianietin tot zijn broederen voor de ogen van Mozes, en voor de ogen van de ganse vergadering der kinderen Israels, toen zij weenden voor de deur van de tent der samenkomst.
6 Naquele momento, eis que um homem dos filhos de Israel trouxe para a sua tenda uma mulher midianita, à vista de Moisés e de toda a congregação dos filhos de Israel, enquanto eles choravam diante da tenda do encontro.
7 Toen Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, dat zag, zo stond hij op uit het midden der vergadering, en nam een spies in zijn hand;
7 Quando Fineias, filho de Eleazar, filho do sacerdote Arão, viu isso, levantou-se do meio da congregação, e, pegando uma lança,
8 En hij ging den Israelietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israelietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israels opgehouden.
8 seguiu o homem israelita até o interior da tenda, e, com a lança, atravessou os dois, tanto o homem israelita quanto a mulher midianita, pelo ventre; então a praga cessou entre os filhos de Israel.
9 Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.
9 Os que morreram da praga foram vinte e quatro mil.
10 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
10 Então o Senhor disse a Moisés:
11 Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den priester, heeft Mijn grimmigheid van over de kinderen Israels afgewend, dewijl hij Mijn ijver geijverd heeft in het midden derzelve, zodat Ik de kinderen Israels in Mijn ijver niet vernield heb.
11 — Fineias, filho de Eleazar, filho do sacerdote Arão, desviou a minha ira de sobre os filhos de Israel, pois estava animado com o meu zelo no meio deles, assim que, no meu zelo, não consumi os filhos de Israel.
12 Daarom spreek: Zie, Ik geef hem Mijn verbond des vredes.
12 Portanto, diga: Eis que lhe dou a minha aliança de paz.
13 En hij zal hebben, en zijn zaad na hem, het verbond des eeuwigen priesterdoms, daarom dat hij voor zijn God geijverd, en verzoening gedaan heeft voor de kinderen Israels.
13 E ele e a sua descendência terão a aliança do sacerdócio perpétuo, porque teve zelo pelo seu Deus e fez expiação pelos filhos de Israel.
14 De naam nu des verslagenen Israelietischen mans, die verslagen was met de Midianietin, was Zimri, de zoon van Salu, een overste van een vaderlijk huis der Simeonieten.
14 O nome do israelita que foi morto, isto é, que foi morto com a mulher midianita, era Zinri, filho de Salu, chefe da casa paterna dos simeonitas.
15 En de naam der verslagene Midianietische vrouw was Kozbi, een dochter van Zur, die een hoofd was der volken van een vaderlijk huis onder de Midianieten.
15 O nome da mulher midianita que foi morta era Cosbi, filha de Zur, chefe do povo da casa paterna entre os midianitas.
16 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
16 O Senhor disse a Moisés:
17 Handel vijandelijk met de Midianieten, en versla hen;
17 — Atormentem e ataquem os midianitas,
18 Want zij hebben vijandelijk tegen ulieden gehandeld door hun listen, die zij listig tegen u bedacht hebben in de zaak van Peor, en in de zaak van Kozbi, de dochter van den overste der Midianieten, hun zuster, die verslagen is, ten dage der plaag, om de zaak van Peor.
18 porque eles atormentaram vocês quando os enganaram no caso de Peor e no caso de Cosbi, filha do chefe dos midianitas, irmã deles, que foi morta no dia da praga no caso de Peor.

Ler em outra tradução

Comparar com outra